Michaël

Na een driejarig verblijf in de US of A bleek er in ons kikkerland weinig veranderd: het jaarlijkse zeilweekend met Wageningse vrienden ging gewoon door en ik sprong er gelijk weer tussen: tradities zijn er om in ere te worden gehouden. Echter, dit keer was het geen weekend in Friesland met een Valk/BM of iets dergelijks, maar was er een verzoek van Elisabeth de Ranitz om een weekend op een groot schip te gaan varen, vanuit Harlingen. De club onderhield een boot, genaamd Marieje en de schipper van dienst in dat bewuste weekend was Leo, met Fred als maat (ik verstond Maria, en aangezien ik wel vaker in de war was, immers drie jaar VS gaat je niet in je kouwe kleren zitten, dacht ik echt dat het een katholiek bedevaartschip was met Don Leo aan het roer. Overigens, met mijn refo-achtergrond is de uitdrukking Leo Volente sindsdien gemeengoed geworden). Wat trok mij over de streep? Mijn ijdelheid! Het verzoek was namelijk ‘dat er meer jeugd moest participeren, het was een vereniging met een grijzend ledenbestand’. Ik was toen pas 32...
Van het bewuste weekend herinner ik me weinig details. Dat is wel vaker met de eerste keer, vaak gaat het gehaast, schuchter, is het gebeurd voor je het weet, een grote teleurstelling, had je het toch liever niet willen doen, had maar gewacht op de ware, was je veel te snel, was hij allang klaar, en moest jij nog opstarten als het ware, werd de spanning je letterlijk te veel, en denk je achteraf: was dit nu alles?
Nee hoor, niets van dit alles. Het was wel reuze gezellig. Het was mooi weer. Met onwijs veel drank. Het was een superweekend, met een enthousiaste schipper, die het zootje ongeregeld met veel plezier en toewijding de beginselen van het zeezeilen bijbracht, maar vooral genoot van de idiote humor van een tiental die nu ongetwijfeld de diagnose ADHD zouden hebben gekregen. Het was nooit rustig, ik heb nauwelijks geslapen, er waren er bij (‘studenten’) die nauwelijks aan dek kwamen, ze sliepen onder het voordek (in een ruimte onder de punt die ik pas in het tweede jaar heb ontdekt), en die ik daarna ook nooit meer gezien heb. Het zeilen was fantastisch, maar dat is het bijna elke keer (nee, dan Honfleur!). Heb geen flauw idee meer waar we toen heen gingen, waarschijnlijk Vlieland.
Wat me echt bijbleef, is de spierpijn. De nazit aan dek, en onderdek, waarbij ik werkelijk zo veel moest lachen dat ik er zowel nek- als kaakkrampen aan overhield. Maar vooral: de teleurstelling dat ik het spelletje raad-eens-wat-er-op-je-hoofd-geschreven-staat niet kon winnen. Elisabeth had een simpel spel, waarbij iedereen een post-it velletje op zijn voorhoofd kreeg, met een woord/uitdrukking erop. Door vragen aan elkaar moest je raden wat er op stond. Het moest wel te raden zijn, dus er moest wel een connectie zijn met je persoonlijke omstandigheid, of de actualiteit. Afijn, eitje. Ik lees kranten, ben op de hoogte, en stak enthousiast van wal, maar ik kwam er niet uit. Het bleek een enorme deceptie. Zelfs nadat ik het opgaf, bleek ik van de ‘Lange Leegte’ nog nooit te hebben gehoord. Ik kon mezelf niets verwijten. Pas afgelopen week ben ik er voor het eerst langs gereden, in Veendam. Ik heb er nog steeds niets mee! Maar ja het is dan ook een Eerste Divisie club die daar speelt. Terwijl de Marieje echt de top van mijn Eredivisie is, nog steeds!

Michaël Breedveld
Woont vlak bij ‘de Euroborg’, het stadion van FC Groningen; staat momenteel zesde in de Eredivisie